Het is goed dat de basisdienstregeling overeind blijft. In een tijd waarin het openbaar vervoer in veel delen van het land wordt uitgekleed, is “niet verder verslechteren” helaas al een verdienste. Voor Drenthe zien we daarnaast een aantal concrete verbeteringen, zoals extra ritten op Qliners en de sneldiensten richting Emmen. Dat zijn verbindingen waar dagelijks veel mensen van afhankelijk zijn.
Maar laten we het ook niet mooier maken dan het is.
Het grootste probleem in dit voorstel is de onzekerheid. Een belangrijk deel van de uitbreiding hangt af van incidenteel geld uit Den Haag. Dat betekent dat reizigers in 2026 misschien eindelijk weer wat lucht krijgen, om daarna in 2027 of 2028 opnieuw te horen dat het toch niet houdbaar is. De SP vindt dat geen manier om openbaar vervoer te organiseren. OV is geen experiment, het is een basisvoorziening.
Daarnaast zien we dat het OV opnieuw kwetsbaar wordt gemaakt door keuzes in de infrastructuur. Wegwerkzaamheden en snelheidsverlagingen mogen nooit automatisch leiden tot minder bussen of slechtere dienstregelingen. Toch lezen we hier dat dit risico nadrukkelijk op tafel ligt, bijvoorbeeld in Emmen. Dan gaat er iets fundamenteel mis in de prioriteiten: de bus past zich steeds aan, maar de weg zelden!
En dan de optelsom van kleine ingrepen: haltes die verdwijnen, loopafstanden die toenemen, ritten die nét minder vaak rijden. Op papier allemaal uitlegbaar, maar in de praktijk raakt dit vooral mensen zonder alternatief. Juist in dorpen en wijken waar het OV al dun is.
Alles bij elkaar zegt de SP: dit voorstel is verdedigbaar, maar zeker niet comfortabel.
Wij verwachten en horen graag van het college dat het:
blijft aandringen op structurele financiering in plaats van tijdelijke pleisters;
OV-belangen zwaarder laat wegen bij ruimtelijke en infrastructurele keuzes;
en voorkomt dat bereikbaarheid in Drenthe stap voor stap wordt uitgehold.
Goed openbaar vervoer vraagt geen applaus, maar keuzes. Die keuzes moeten structureel in het voordeel van de reiziger uitpakken.
